Joseph Kamau woonde tot voor kort in de sloppenwijk Kibera in Nairobi, Kenia. Hij verdient zijn brood door auto's te wassen in een winkelcentrum. Toen hij op 30 december terugkwam van zijn werkzaamheden, was zijn huis in brand gestoken. Er was niets meer te redden. Het enige dat hij nog bezit, zijn de kleren die hij op dat moment aan had.
Eind december brak er in het westen van Kenia een heftige strijd uit, nadat de verkiezingsuitslagen bekend waren gemaakt. Naar schatting duizend mensen kwamen om het leven en 250.000 mensen sloegen op de vlucht voor het geweld. Velen raakten, net als Joseph, al hun bezittingen kwijt. Al snel is er een tekort aan voedsel, water, onderdak, sanitaire voorzieningen en medische goederen ontstaan.
Dorcas-directeur Ruud van Eijle deelt voedsel uit in de sloppenwijk Kibera, Nairobi.
Noodoproep uit Nairobi
Edwin Onyancha, Dorcas-directeur in Kenia, schreef: ‘Vanuit ons kantoor in Nairobi hebben we al in de eerste dagen verschillende slachtoffers bezocht. De situatie in de vluchtelingenkampen is schrijnend. We hebben direct hulp nodig. We willen in elk geval duizend getroffen gezinnen zo snel mogelijk voorzien van voedsel, olie en dekens.'
Vanuit Nederland werd onmiddellijk gehoor gegeven aan deze dringende noodoproep. Zo kon er direct worden begonnen met het geven van hulp aan de ontheemden.