Onderstaand artikel van De Derde Kamer geeft een goede beschrijving van de problematiek van ouderen in ontwikkelingslanden.
Niet alleen in welvarende landen, maar ook in ontwikkelingslanden worden mensen steeds ouder. Familieleden zorgen voor elkaar, maar familiebanden raken door migratie, oorlogen en de aids-epidemie steeds vaker ontwricht. Veel ouderen staan er alleen voor, of moeten hun kleinkinderen zien groot te brengen. Veel ouderen leven in extreme armoede. 100 miljoen vrouwen en mannen van 60 jaar en ouder leven van minder dan één dollar per dag.
De aandacht voor en focus op ouderen in ontwikkelingslanden is onverantwoord laag. De oorzaak hiervan zijn een aantal mythes.
De eerste mythe is dat er, omdat de levensverwachting erg laag is, geen ouderen in ontwikkelingslanden zijn. Echter, vandaag de dag leven er 375 miljoen mensen van 60 jaar en ouder in ontwikkelingslanden. In 2050 zullen dat er 1500 miljoen zijn. Ook in ontwikkelingslanden is sprake van vergrijzing. In 2050 is bijna één op de vier mensen in Azië en Latijns Amerika 60 jaar of ouder, en in Sub-Saharisch Afrika één op de tien.
Een tweede misvatting is dat in ontwikkelingslanden familieleden elkaar opvangen, maar door migratie, oorlogen en de aids-epidemie raken familiebanden steeds vaker ontwricht. Hierdoor, en doordat ouderen minder capaciteit hebben om te werken en eerder gezondheidsproblemen ondervinden, zijn zij gevoeliger voor honger en armoede.
Een derde mythe is dat je beter in kinderen kunt investeren. Door aids, migratie en sterfte van de volwassen generatie worden zes miljoen kinderen in Sub-Saharisch Africa verzorgd door grootouders. Kinderen die door hun grootouders worden opgevangen krijgen beter te eten en hebben meer kans op scholing dan wanneer ze in een weeshuis worden opgevangen. In Zuid-Afrika wordt één op de drie huishoudens geleid door ouderen. In 66% van deze gevallen wordt er ook voor kleinkinderen gezorgd.
Arme ouderen beïnvloeden de hele familie. Een vast inkomen voor ouderen ontlast volwassen kinderen van de plicht om hun ouders te ondersteunen, waardoor huishoudens in gezondheidszorg, kinderen en onderwijs kunnen investeren. Dit kan de last van generatie op generatie doorbreken.