‘Ik wist niet dat het anno 2009 nog zo erg kon zijn' Het is een ijskoude, zonnige ochtend in februari. Heel vroeg rijden we vanuit de hoofdstad Chisinau naar het zuiden van Moldavië. Ik ben met Dorcas en EO Metterdaad in het armste land van Europa en vanochtend op speciale missie.
Dat zit zo. Mijn vrouw en ik sponsoren via Dorcas een aantal ‘grannies'. Oudere mensen die het in het voormalige Oost-Europa bitter slecht hebben. Iedere maand stuurt mijn vrouw ze ook een lief briefje en veelal wordt daar ook aandoenlijk op gereageerd. De voedselpakketten, de oplettende zorg van de sociaal werkers en de lieve briefjes maken voor deze oudere mensen het verschil uit tussen leven of (bijna) doodgaan. Zo omschrijven ze het tenminste. Voor Nederland Helpt en Dorcas maak ik een aantal programma's met als doel de Moldaviërs - althans een aantal van hen - door de winter van 2010 te helpen.
Treurigheid troef Pas nu ik in Moldavië zelf ben, realiseer ik me dat een van onze grannies in dit land woont. ‘Zouden we misschien onze granny kunnen opzoeken?' vraag ik dus aan de regisseur en de plaatselijke contactpersoon van Dorcas. Ik weet dat het eigenlijk niet in ons strakke schema past, maar deze kans wil ik niet voorbij laten gaan. Vandaar de autorit naar het zuiden. Niet dat ik Dorcas niet vertrouw. Maar het is natuurlijk altijd interessant om te bezien of hulp vanuit Nederland ook werkelijk terechtkomt bij de allerarmsten in de meest onherbergzame gebieden van Europa.
En inderdaad, de eerste test slaagt. De plaatselijke medewerker van Dorcas weet waar onze Nicolai woont. De tweede test lukt ook. Na een rit van een paar uur komen we op een afgelegen plek bij het dorpje aan. En warempel, daar staat een predikant die contactpersoon in deze regio is op ons te wachten. Langzaam rijden we het dorpje via de hard bevroren hobbelige weg binnen. En ja, daar staat het huis van Nicolai, en ja, voor dat huis staat de sociaal werker die een oogje in het zeil houdt bij Nicolai. En dat is wel nodig ook. Het huisje met een oppervlakte van een paar vierkante meter is koud; het wordt slechts verwarmd door een provisorische oven, en Nicolai is er slecht aan toe. Bovendien heeft hij een blinde zoon in huis, die aan de alcohol is en hem regelmatig slaat. Treurigheid troef.
Aangebroken voedseldoos
Maar temidden van deze treurigheid zie ik een aangebroken doos met voedsel van Dorcas staan, en van de sociaal werker hoor ik, dat hij Nicolai regelmatig in opdracht van de partnerorganisatie van Dorcas in Moldavië bezoekt. Het doet mijn hart goed, ook nu weer op deze momenten dat ik dit artikel schrijf en weet dat Nicolai inmiddels is overleden. Een triest feit waar mijn vrouw keurig bericht van kreeg.
Niciolai is een van de vele voorbeelden van kleinschalige hulp die effectief is. Op onze reis heb ik nog meer grannies, maar ook gezinnen bezocht, die hulp vanuit Nederland krijgen. Hulp die letterlijk broodnodig is, want de armoede, honger en kou in Moldavië zijn onbeschrijfelijk. Ik wist eerlijk gezegd niet dat het anno 2009 nog zo erg kon zijn. En inmiddels is de situatie alleen nog maar verslechterd, omdat ook Moldavië de effecten van de mondiale financiële crisis ervaart.
Blij en dankbaar ben ik daarom dat de EO en Dorcas de handen ineen hebben geslagen om in deze uithoek van Europa hulp te bieden. Dat dit ook nog gebeurt door de diaconale tak van een uiterst actieve kerk, stemt dan tot nog meer dankbaarheid.